“U doet uw werk goed mevrouw”

‘Werk? denk ik verbaasd; ‘ik luister gewoon naar je’. Tuurlijk, ik stel wat vragen, probeer iets systemisch met poppetjes te doen en breng wat structuur aan te in je verhaal. Maar in de basis luister ik en ben ik er. Een uurtje. Of iets meer, ik had de tijd niet zo goed in de gaten. En dan zeg jij tegen mij dat ik mijn werk goed doe.

Wat ik in net gehoord en gezien heb, gaat mijn voorstellingsvermogen ver te boven. Dat je geen strikdiploma hebt, omdat je ouders daarvoor op school moesten komen en ze dat niet deden. Dat je geen zwemdiploma hebt, omdat je moeder zwemles onzin vond. Dat je nooit hebt geleerd om zindelijk te worden en dus tot je zevende in je broek poepte en vervolgens niet naar huis durfde omdat je bang was voor de klappen die je zou krijgen. Dat je moeder, onder invloed van drugs, regelmatig tegen je zei dat je haar zoon niet was. Je zegt: “de klappen deden pijn. Maar dát deed pas echt pijn!”.

Dat je met je oma in de speeltuin was en dat je een helikopter zag. Je vond hem mooi en het was gaaf dat hij zo dichtbij kwam. Later bleek het de traumaheli waar je broertje van een paar maanden oud in werd weggevoerd, omdat hij gestikt was in zijn wiegje. 

Hoeveel shit kan een mens hebben. “Ik heb mensen beroofd, mevrouw, wel 30 mensen. Gewoon, omdat ik geld nodig had. Of omdat ik er zin in had. En ik heb niet eens spijt. Dat vind ik het ergste. Ik heb iets, waardoor ik geen spijt heb van dingen. En daar wil ik vanaf, want dat klopt niet.”

“Mn vader dealde. Hij zei tegen me: ‘ik doe dingen die niet mogen. Daar mag je niet over praten. Ik doe ze, zodat ik jou dingen kan geven, zodat jij blij wordt’ Daarom doe ik het. Mevrouw, mijn hele familie rooft en dealt. Hoe kan ik nou ooit iets anders gaan doen?”

Hij wil het ergens echt anders. Hij ziet in de wereld om zich heen dat er mensen zijn die het anders doen. Maar zijn verleden zit hem zo in de weg. Hij heeft geen enkele basis. Hij heeft een vriend; letterlijk een partner in crime. Mijn die vriend is ook een soort broer, tegen wie hij opkijkt. “M’n vriend, m’n broer, die me stimuleerde om naar school te gaan, zit vast. Ik mis hem, mevrouw, ik mis hem zo.”

Ontheemd is hij. Ook al is zijn moeder nu terug, zorgen zijn opa en oma voor hem met alle liefde die ze in zich hebben. Er zit een boosheid in hem die zo groot is, dat hij er zelf ook door overvallen wordt en hij geen idee heeft wat hij ermee moet. Als ik tegen hem zeg dat ‘boos’ eigenlijk ‘bang’ is, maar dan vermomd in een ander jasje, zucht hij. “Dat klopt, mevrouw, vroeger was ik bang. Heel bang. Voor de klappen en, meer nog, voor de woorden van mijn moeder.” Nu is hij niet meer bang, zegt hij. Mensen zijn bang voor hem. Ik zie een mix van trots en schaamte op zijn gezicht.

Als ik het poppetje dat hij voor zichzelf heeft gepakt, door hem wil laten zeggen ‘mama, ik heb je zo gemist’, schiet hij op slot. “Dat ga ik echt niet zeggen, dat is niet zo. Ik heb haar vergeven voor wat ze heeft gedaan, dit doe ik niet óók nog”. Als ik hem dan vraag of hij het kleine jongetje in zichzelf het wil laten zeggen, doet hij het schoorvoetend. “Mama ik miste je zo. Ik was zo alleen.” Het gaat door merg en been. Bij mij althans, hij vertrekt nauwelijks een spier.

“Ik voel echt wel liefde hoor, mevrouw, ik heb heel veel liefde in me. Het is alleen heel diep begraven.”

We geven zijn moeder terug wat bij haar hoort. Een klein steentje, als symbool voor ‘dat-wat-hij-heeft’; het geen spijt hebben van dingen. Geen idee of dat zo kan, of dat volgens de systemische theorie klopt. Ergens vrees ik even dat ik nu iets heel geks doe. Maar het voelt goed. Het ziet er goed uit, hij lijkt lichter ofzo. Minder bozig.

Hij heeft nog zo’n lange weg te gaan. Als hij er ooit uitkomt. Voor nu vind ik hem een held. Omdat hij zo over deze shit kan vertellen. Omdat hij, met zijn beperkte vermogens, kan zien waar hij inzit, hoe moeilijk het is om eruit te komen en omdat hij erkent dat hij keihard hulp nodig heeft. En omdat ik zie dat hij liefde nodig heeft. En een oor dat steeds weer naar zijn verhalen wil luisteren. Hoe heftig ze ook zijn, hoeveel impact ze ook hebben. Ik zoek wel een weg om de impact die het op mij heeft een plekje te geven. Ik heb mensen om mij heen, bij wie ik terecht kan. Ik heb een basis.

Hij heeft mensen om zich heen nodig die hem optillen. Giants. Hij deed domme dingen. Maar om verder te komen in zijn leven kan hij niet nog meer mensen gebruiken die hem veroordelen. Of die hem misbruiken. Of die hij kan misbruiken. Hij heeft mensen nodig die sterk staan. Rolmodellen. Die gaan we zoeken. Die willen we zijn.

Dit is natuurlijk een heel heftig verhaal. Lang niet alle jongeren die bij ons komen, hebben zo'n achtergrond. Bij ons is iedereen welkom die aan de slag wil mijn zijn of haar leven. Omdat het op school niet lekker loopt. Omdat er gedoe is thuis. Omdat iemand voelt dat er meer inzit. Of juist geen idee heeft wat 'erin zit'. Bij H3Lab staan alle verhalen op zich. We vergelijken niet, plaatsen mensen niet in hokjes. Plakken geen labels. We luisteren gewoon. En zijn met onze aandacht aanwezig. Zonder oordeel.

Wil je nou meer weten over ons ‘Back on track-programma’? Je kunt bij ons terecht met al je vragen. Als het gaat over school, thuis of je vrienden. En het hoeft echt niet zo heftig te zijn als dit verhaal. Je bent welkom bij ons.

Bel 06-48342170 of mail naar info@h3lab.me.

Wij gebruiken cookies om je de best mogelijke ervaring te geven.