Sorry Mama

Thomas* en zijn moeder komen H3lab binnenlopen. Moeder voorop, haar kin enigszins omhoog. Ze geeft een hand met gestrekte arm.

“Hallo!”

Achter haar aan komt haar zoon. Een lange jongen, zijn schouders hangen naar voren en hij schuift zijn bril omhoog op zijn neus. Als hij mij een slappe hand geeft schieten zijn ogen zenuwachtig door de ruimte.

“Welkom! Ga lekker zitten, wat willen jullie drinken?”

Moeder wil een glas water, Thomas wil niks. Ze nemen plaats op de bank. Ieder aan een andere kant.

“Zo, goed dat jullie er zijn. Wat brengt jullie naar H3lab?”

De moeder van Thomas kijkt naar haar zoon, hij blijft naar de grond kijken.

“Zeg het maar Thomas.” zegt ze.

Hij kijkt kort opzij. 

“Nou we zijn hier omdat jij dat wil.”

Zijn lichaamstaal is een en al weerstand. Hij zit half van zijn moeder afgewend en hij heeft moeite zijn lange slungelige ledematen een comfortabele plek op de bank te geven.

“Nou dan zeg ik het wel,” neemt zijn moeder het over. 

“Het gaat helemaal niet goed met Thomas en wat we ook doen het werkt allemaal niet. Hij maakt er alleen maar een potje van op school en hij doet de hele tijd heel depressief.”

Het is stil. Verongelijkt kijkt Thomas naar de grond. Ik krijg een knoop in mijn maag. Het is net of Thomas naar beneden gedrukt wordt door iets.

Ze vervolgt:

“School gaat niet, en als wij er wat over zeggen krijgen we alleen maar ruzie. Hij laat aan niks zien dat het hem ook maar wat kan schelen.”

Strijdvaardig kijkt zijn moeder mij aan. 

“Het is nu tijd dat er wat gaat gebeuren, want we zijn er klaar mee. Ik wil dat Thomas gaat bewegen, hij maakt het ons heel erg lastig!”

Ik kijk naar Thomas. Hij zegt niks, maar het lijkt of hij nog verder in elkaar op de bank zakt. Hij wrijft zijn handen over elkaar.

“Nou dat is stevige taal Thomas. Hoe zie jij dat?” 

Hij haalt zijn schouders op en zegt niks. Ik ben even stil.

Dan zegt ze op mildere toon:

“Ok dat klonk niet zo vriendelijk maar ik kan er echt niet meer tegen.”

Ik geef haar een tissue en ze dept haar ogen. Thomas kijkt opzij naar zijn moeder. Hij zegt niet veel maar het is duidelijk dat er van binnen veel gebeurt.

Ze vervolgt met een opsomming over hoe zwaar het is in het gezin en dat Thomas echt een stempel drukt op de sfeer. Bij elke zin die ze uitspreekt lijkt Thomas wat verder weg te kruipen in de bank. Het is net of de hele familiedynamiek op zijn schouders drukt en dat zijn moeder dat constant aanzet.

Deze dynamiek hebben we in H3lab heel veel gezien. Het leent zich altijd voor wat verdiepende vragen. Thomas heeft niet zo’n zin om te praten, hij kan amper ademhalen. Dus ik richt me nog even op haar.

“Hoe lang is dit al zo?” vraag ik.

Ze vertelt dat school nu een paar jaar lastig is en dat ze er niks van snapt, want zij doen als ouders zo hun best en Thomas heeft alles. Vroeger was Thomas een vrolijke en onbezorgde jongen en het is nu zo anders.

“Wanneer is dat onbezorgde veranderd?” vraag ik.

“Nou tot hij een jaar of 8 was ging het altijd helemaal goed. Daarna heeft hij zich afgesloten.”

Ik kijk naar Thomas. Hij zegt niks, maar ik zie dat hij luistert naar zijn moeder. 

“Zijn er bijzondere dingen gebeurd in die tijd?”

Ze kijkt me aan. 

“Ehh, nee, of ja, toen zijn we gescheiden.”

Thomas schuifelt heen en weer op de bank. Zijn moeder kijkt naar hem. Ik richt me toch nog even tot haar:

“Wat voor soort scheiding hebben jullie gehad?”

Ze vertelt over dat het niet meer ging, de spanning, de ander, de dreigende burn-out. 

Thomas zit nu strak naar zijn moeder te kijken. De energie in de kamer lijkt zich te verdichten. Hier is iets waar we naar kunnen kijken. Ik vraag aan Thomas wat hij zich nog kan herinneren van die tijd. Hij schuift zijn bril weer omhoog op zijn neus.

“Nou het was niet fijn.”

Hij gaat verzitten. En dan vervolgt hij in één stroom:

“Er speelde van alles, maar er werd eigenlijk niet over gesproken. Mama voelde zich heel rot, maar deed altijd of alles ok was.”

Plotseling wordt hun dynamiek heel erg duidelijk.

“Hoe ben jij daarmee omgegaan?” vraag ik aan moeder.

“Nou ik moest er natuurlijk zijn voor mijn zoon en mijn werk was heel veel. Voor mij was geen ruimte.” 

“En hoe doe je dat nu?”

“Als ik toegeef aan deze gevoelens dan denk ik dat ik het niet trek. Het moet echt eerst beter gaan met Thomas en dan is er ruimte voor mij.”

Hun dynamiek zit nu glashelder voor ons op de bank. De spanning is niet te harden.

Ik richt me weer naar de jongen:

“Thomas even nog los van hoe het zou moeten gaan op school, en hoe jij je zou moeten gedragen, hoe voel jij je nu eigenlijk?”

Hij kijkt me aan. 

“Nou niet fijn natuurlijk!”

“Nee dat snap ik. Kan je eens gewoon zitten op de bank en dat gevoel eens alleen voelen, zonder te willen dat het stopt of dat het anders is? Gewoon voelen”

Hij zegt niks en blijft me aankijken.

“Kan je het voelen Thomas?”

“Ja.” zegt hij zacht.

“Ik ga je een gekke vraag stellen Thomas. Is dit gevoel van jou?”

Terwijl hij me aan blijft kijken zie ik zijn aandacht naar binnen gaan. Een paar seconden blijft het stil.

“Nee.” zegt hij.

“Van wie is het dan?”

Hij kijkt opzij.

“Van mama.”

Zijn moeder wil gaan praten maar ik gebaar dat ze even moet wachten.

“Ik voel allemaal dingen van mama.” zegt hij.

Zijn ogen lopen vol met tranen.

“Blijf maar even bij jouw gevoel Thomas, dan ga ik even naar mama”

“Hoor je wat hij zegt?”

“Ja…” ze slikt. 

“Ik snap het niet in mijn hoofd, maar ik begrijp wat hij bedoelt.”

Ik richt me weer tot Thomas.

“Ben je bereid je moeder haar gevoel terug te geven?”

“Ehh… ja.”

Moeder en zoon zitten nu tegenover elkaar en kijken elkaar strak aan. Hun band is heel duidelijk voelbaar. De energie neemt toe.

“Zeg maar tegen haar dat je niets met die gevoelens kan en dat je die weer aan haar teruggeeft.”

Hij is even stil. Dan zegt hij onhandig:

“Mama, deze gevoelens zijn van jou. Ik geef ze aan je terug.”

Het is net alsof de energie plotseling de andere kant op begint te stromen.

“Kan je het aannemen mama?” vraag ik.

Ze knikt en grote tranen biggelen over haar wangen. Ik voel de druk op mijn schouders en borst afnemen. Thomas lijkt ter plekke te groeien.

“Wat voel je Thomas?”

Zonder naar mij te kijken zegt hij:

“Ik voel me helemaal licht worden. De druk gaat weg.”

“Wat voel jij mama?”

Ze huilt.

“Ik heb kennelijk heel lang de verkeerde kant op gekeken. Ik vind dit heel erg.”

Het is magisch. Je ziet de kracht in zijn lichaam terugkeren. Zijn schouders rechten zich, zijn ogen gaan open. Hij drukt zijn bril omhoog op zijn neus. Hij zegt niks.

Zijn moeder kijkt hem aan en begint nog harder te snikken. Ze pakt ter plekke haar gevoel. Maar in plaats van in elkaar te zakken zie ik ook in haar een opluchting ontstaan. Het gevoel kan eindelijk stromen.

“Sorry mam….!” 

Zijn schouders schokken en dikke tranen biggelen over zijn wangen. Met een soort snik zegt zijn moeder:

“Nee jongen, het spijt mij. Het spijt mij dat jij hiermee rondgelopen hebt.”

Langzaam begint de afstand tussen de twee op de bank te smelten. Nog steeds is hun lichaamstaal houterig. Zijn moeder strekt een aarzelende hand naar hem uit, maar trekt hem toch weer terug.

“Wat zou je tegen je zoon willen zeggen?” vraag ik.

Door haar tranen heen kijkt ze me aan en ik geef haar nog maar een tissue. Ze kijkt weer naar Thomas.

“Ik zou tegen jou willen zeggen dat het niet jouw schuld is. Jij kan hier niets aan doen! Dit was tussen je vader en mij.” 

“En ik dacht dat het door mij kwam dat jullie gingen scheiden en dat jij je zo rot voelde.”

Thomas strekt zijn armen uit. Hij en zijn moeder knuffelen elkaar op de bank. Wij pinken een traantje mee weg. Prachtig dit.

Thomas en zijn moeder hebben nog wel wat te verwerken gehad, maar de knoop was uit de situatie. Gevoelens kregen meer de ruimte en werden bespreekbaar. Thomas doorliep met succes een van onze programma’s. Hij nam uiteindelijk een weloverwogen tussenjaar van school. Niet uit weerstand dit keer, maar om echt eens even te onderzoeken waar hij nou gelukkig van wordt.

Het systeem

Dit hebben we in H3lab wel vaker gezien. Als je gaat lopen met de gevoelens van een ander. Uit loyaliteit of uit schuldgevoel. Kan het zijn dat de verwerking niet gaat omdat die ander die verwerking moet doen. 

Dit is een voorbeeld van systemisch werk. Het grote doorgeefspel waar wij als mensen allemaal in zitten. Wij geven door wat wij krijgen aangereikt vanuit ons familiesysteem. Soms staat er iemand op die zich bewust wordt van het spel en zaken weet te transformeren door gevoelens op de juiste plek te plaatsen.

In onze programma’s maken wij ook gebruik van systemische opstellingen. Systemen zijn overal. Alles is verbonden. Families, organisaties, etc. Vaak zijn we ons niet overal van bewust maar worden we er wel door beïnvloed.

Soms vraagt een situatie om een opstelling, maar in het geval van Thomas en zijn moeder hoefde dit niet. Daar was bewustwording voldoende.

Nu een vraag aan jou? Hoe bewust ben jij van jouw familiesysteem? Hoe bewust ben jij van wat jij meekreeg en wat je doorgeeft? En als je met deze vraag aan de slag gaat. Parkeer dan even je oordeel. Dit hoort bij het leven.

Aan de slag?

Als je ook vanuit zo’n systemisch perspectief naar jezelf wilt kijken kun je eens een gesprek met ons aangaan. Of doe mee in bijvoorbeeld ons 12 weken programma. Daar komen dit soort onderwerpen ook in aan bod. Je kan er via de link hieronder meer over lezen.

Veel liefde. ❤️

*Thomas is niet zijn echte naam.